ongeschonden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·schon·den
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ongeschonden
verbogen ongeschondene

Bijvoeglijk naamwoord

ongeschonden

  1. zonder schade
    De auto was nog ongeschonden, toen hij van de boot afkwam.