ongerijmders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·rijm·ders

Bijvoeglijk naamwoord

ongerijmders

  1. partitief van de vergrotende trap van ongerijmd
    • Dat is iets ongerijmders...