ongepast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·past
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gepast met het voorvoegsel on-.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongepast ongepaster (ongepastst) *
verbogen ongepaste ongepastere (ongepastste) *
partitief ongepasts ongepasters -

Bijvoeglijk naamwoord

ongepast

  1. niet gepast, niet geschikt voor een situatie
    Die opmerking is ongepast.
  2. van kleding, niet geprobeerd of het de juiste grootte heeft
    Ik heb de broek ongepast gekocht.
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest ongepast(e)" worden gebruikt.[1][2]
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Omschreven trappen van vergelijking (algemeen) op website: http://taaladvies.net; punt 3.; geraadpleegd 2017-05-21
  2. Haeseryn, W. e.a. "6·4·3·1·ii Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest" in: Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997) op website E-ANS: ans.ruhosting.nl; punt 4.; geraadpleegd 2017-05-21