ongeklopt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·klopt
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ongeklopt
verbogen ongeklopte
partitief ongeklopts

Bijvoeglijk naamwoord

ongeklopt

  1. (kookkunst) (van eiwithoudende vloeistoffen die na een tijdje krachtig roeren stijf worden) nog helemaal vloeibaar
     Klop de rest van de ongeklopte slagroom stijf.[2]
     De sinaasappelpudding overgieten in een vorm, die met ongeklopt eiwit is omgespoeld of met een weinig olie is ingevet en laten opstijven.[3]
  2. (kookkunst) (van stokvis) nog niet gehamerd om de malsheid en opname van vocht te bevorderen
      Zoo juist ontvangen: prima gemalen leng zonder graat en 1ste kwaliteit stokvisch, geklopt en ongeklopt.[4]
  3. (numismatiek) (van munten) niet voorzien van een extra ingehamerd merkteken
      In het begin van 1582 immers hooren wij de Regeering klagen over het groot aantal geconterfeite stuivers, geklopt en ongeklopt, die in omloop waren.[5]
  4. met een hamer of ander zwaar voorwerp in kleine stukken gebroken
     Voor Amerika wordt de noot soms ongeklopt in zakken verzonden, wat voor de Singapore- en Makassar-markt veelal geschiedt.[6]
  5. (sport) (figuurlijk) (verouderd) nog zonder nederlaag
     Elf wedstrijden ongeklopt waren de paarden van Jan Schep uit Bergambacht.[7]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 7 maart 2020 Weblink bron Anne Scheepmaker “Aardbeienijs-terrine” (5 mei 2008) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 7 maart 2020 Weblink bron H. Meijer Recept : Schuimige sinaasappelpudding. in: Limburgsch Dagblad (26 april 1988), p. 2 kol. 6
  4. Bronlink geraadpleegd op 7 maart 2020 Weblink bron Fa. Orie-Dumoulin advertentie in: Echo van het Zuiden, jrg. 45 nr. 92 (18 november 1922), p. 7 kol. 4
  5. Bronlink geraadpleegd op 7 maart 2020 Weblink bron M.G.A. de Man Geschiedenis van een klop op Utrechtsche stuivers (1913) in: Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde, jrg. 21 nr. 2/3, p. 7
  6. Bronlink geraadpleegd op 7 maart 2020 Weblink bron Hermans, Arthur Hubert Willem Marie “De notemuskaatcultuur in Nederlands-Indië sedert de opheffing van het monopolie”, proefschrift (1926), Universiteit van Amsterdam, p. 21
  7. Bronlink geraadpleegd op 7 maart 2020 Weblink bron Emmink kampioen in: Nieuwsblad van het Noorden op Wikipedia, jrg. 100 nr. 181 (4 augustus 1987), p. 15 kol. 7