onderworpene

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·wor·pe·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderworpene onderworpenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

onderworpene

  1. persoon die onderworpen is

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.