ondervroegen
Uiterlijk
- on·der·vroe·gen
| vervoeging van |
|---|
| ondervragen |
ondervroegen
- meervoud verleden tijd van ondervragen
- Wij ondervroegen.
- Jullie ondervroegen.
- Zij ondervroegen.
- Wij ondervroegen.
- Het woord ondervroegen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.