ondervraagde
Uiterlijk
- on·der·vraag·de
- Afgeleid van het Nederlandse voltooid deelwoord ondervraagd met het achtervoegsel -e
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ondervraagde | ondervraagden |
| verkleinwoord | - | - |
de ondervraagde m
- iemand die aan een vraaggesprek of opinieonderzoek onderworpen wordt
- De helft van de ondervraagden ontkende deze stelling.
| vervoeging van |
|---|
| ondervragen |
ondervraagde
- enkelvoud verleden tijd van ondervragen
- Ik ondervraagde.
- Jij ondervraagde.
- Hij, zij, het ondervraagde.
- Ik ondervraagde.
- verbogen vorm van ondervraagd, voltooid deelwoord van ondervragen
- [1] ondervroeg
- Het woord ondervraagde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -e in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Verbogen vorm van het voltooid deelwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal