onderstelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·stel·de

Werkwoord

vervoeging van
onderstellen

onderstelde

  1. enkelvoud verleden tijd van onderstellen
    • Ik onderstelde. 
    • Jij onderstelde. 
    • Hij, zij, het onderstelde. 
  2. verbogen vorm van ondersteld, voltooid deelwoord van onderstellen