ondersteek
Uiterlijk
- Geluid: ondersteek (hulp, bestand)
- on·der·steek
- samenstelling van onder en steek zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ondersteek | ondersteken |
| verkleinwoord | ondersteekje | ondersteekjes |
- een brede po voor patiënten die op bed liggen
- Geef mevrouw Jansen even een ondersteek.
| vervoeging van |
|---|
| ondersteken |
ondersteek
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ondersteken
- ... dat ik ondersteek.
- Het woord ondersteek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ondersteek" herkend door:
| 95 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be