onderscheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·scheid

Werkwoord

vervoeging van
onderscheiden

onderscheid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderscheiden
    • Ik onderscheid. 
  2. gebiedende wijs van onderscheiden
    • Onderscheid! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderscheiden
    • Onderscheid je? 

Zelfstandig naamwoord

onderscheid o

  1. differentiatie, verschil
     Ik vond het mooi om te zien dat ze mijn situatie begreep en een onderscheid kon maken tussen hoofd- en bijzaak.[1]
     Buiten de wintermaanden gebruiken honderden boeren langs de Maas de grond voor de verbouw van bijvoorbeeld aardappelen en maïs en voor gras- en hooiland. De boeren betogen dat er geen onderscheid gemaakt moet worden tussen schade binnen en buiten de dijk.[2]
     "Het gaat dus om regels of processen die direct onderscheid maken en om regels of processen die op het eerste gezicht neutraal lijken, maar er in de praktijk wel toe leiden dat de ene groep benadeeld wordt en de andere groep bevoordeeld."[3]

Gangbaarheid


100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 24 maart 2022 Weblink bron “Toch waterschadevergoeding voor Limburgse boeren in uiterwaarden” (7-08-2021), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 29 juni 2022 Weblink bron “Dit wordt bedoeld met 'institutioneel racisme' (en zo pak je het aan)” (29 juni 2022), NU.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be