onderscheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·scheid

Werkwoord

vervoeging van
onderscheiden

onderscheid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderscheiden
    • Ik onderscheid. 
  2. gebiedende wijs van onderscheiden
    • Onderscheid! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderscheiden
    • Onderscheid je? 

Zelfstandig naamwoord

onderscheid o

  1. differentiatie, verschil
     Ik vond het mooi om te zien dat ze mijn situatie begreep en een onderscheid kon maken tussen hoofd- en bijzaak.[1]

Gangbaarheid


100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be