onderrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·rug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderrug onderruggen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onderrug m

  1. de onderste delen van de rug; lumbale wervelkolom
    • Voor Derkx stond de afgelopen week niet alleen in het teken van die topper in de hoofdklasse. Ze maakte bekend wat ze tot dan toe slechts aan weinig mensen al had verteld: zij, Frederique Derkx, 22 jaar, stopt met hockeyen voor het Nederlands team. Vanwege haar onderrug. Bij Stichtse gaat ze gewoon door. Maar én wedstrijden met de club én interlands, dat was eigenlijk al heel lang niet verantwoord meer.[1] 
    • Een week onderweg. Hoe voel je je? “Vermoeid. Ik ben gisteravond even naar de osteopaat geweest voor mijn onderrug. Daar had ik vroeger ook wel eens last van en het doet pijn als ik moet aanzetten. Het is een zwakke plek. De spieren eromheen zijn ook wat verkrampt. Ik dacht: toch even laten checken. Hij heeft de boel even losgemaakt.”[2]  
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Frank Huiskamp 16 oktober 2016
  2. NRC Dennis Meinema 9 juli 2016