ondernam
Uiterlijk
- on·der·nam
| vervoeging van |
|---|
| ondernemen |
ondernam
- enkelvoud verleden tijd van ondernemen
- Ik ondernam.
- Jij ondernam.
- Hij, zij, het ondernam.
- Ik ondernam.
- Het woord ondernam staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.