onderin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·in
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

onderin

  1. laag in iets
    • Zet die spullen maar onderin het kastje. 
    • De portemonnee was moeilijk te vinden want ze zat helemaal onderin de tas. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.