onderdrukte
Uiterlijk
- Geluid: onderdrukte (hulp, bestand)
- on·der·druk·te
| vervoeging van |
|---|
| onderdrukken |
onderdrukte
- (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van onderdrukken
- ... dat ik onderdrukte.
- ... dat jij onderdrukte.
- ... dat hij, zij, het onderdrukte.
- ... dat ik onderdrukte.
| vervoeging van |
|---|
| onderdrukken |
onderdrukte
- enkelvoud verleden tijd van onderdrukken
- Ik onderdrukte.
- Jij onderdrukte.
- Hij, zij, het onderdrukte.
- Ik onderdrukte.
- verbogen vorm van onderdrukt, voltooid deelwoord van onderdrukken
onderdrukte
- verbogen vorm van de stellende trap van onderdrukt
- Het woord onderdrukte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.