onbevooroordeeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·voor·oor·deeld
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onbevooroordeeld onbevooroordeelder onbevooroordeeldst
verbogen onbevooroordeelde onbevooroordeeldere onbevooroordeeldste
partitief onbevooroordeelds onbevooroordeelders -

Bijvoeglijk naamwoord

onbevooroordeeld [1]

  1. gebaseerd op waarnemingen en niet op veronderstellingen die men al van tevoren had toen men eigenlijk nog onvoldoende kennis van de zaak had
    • Individuele overtuigingen mogen natuurlijk de gelijke en rechtvaardige behandeling van medeburgers niet in de weg staan. Wie een openbare functie bekleedt, mag de eigen voorkeur nooit opdringen aan anderen. In een seculiere samenleving verwachten we alleen dat overheidsinstellingen zich onbevooroordeeld opstellen ­tegenover alle burgers. De overheid mag geen voorkeur laten blijken voor één ­levensbeschouwing én moet erop toezien dat iedereen de eigen levensbeschouwing kan opnemen zonder daarbij anderen voor het hoofd te stoten. Dat laatste is een heikel punt. [2] 
    • Het proces tegen de zakenman was dus bij voorbaat spraakmakend. Het begon al met veel vertraging omdat het maar niet lukte een onbevooroordeelde jury te vinden. Want bijna iedereen kent Martin Shkreli en bijna iedereen haat hem. Van de 240 geselecteerde potentiële juryleden lieten er 200 weten dat ze geen eerlijk oordeel konden vellen over de fraude vanwege de beroerde reputatie van de verdachte. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
  • iets door een gekleurde bril zien
Vertalingen


Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard DINSDAG 5 SEPTEMBER 2017
  3. Tubantia Bob van Huët 31-07-2017