onbespreekbaarders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·spreek·baar·ders

Bijvoeglijk naamwoord

onbespreekbaarders

  1. partitief van de vergrotende trap van onbespreekbaar
    • Dat is iets onbespreekbaarders...