onbedijkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·dijkt
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen onbedijkt
verbogen onbedijkte

Bijvoeglijk naamwoord

onbedijkt

  1. niet door dijken beschermd tegen overstroming
    • Het onbedijkte deel van Tiengemeten heeft zich in rap tempo ontwikkeld tot een belangrijk natuurgebied. 
Antoniemen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.