onbaatzuchtigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·baat·zuch·ti·gers

Bijvoeglijk naamwoord

onbaatzuchtigers

  1. partitief van de vergrotende trap van onbaatzuchtig
    • Dat is iets onbaatzuchtigers...