onaannemelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·aan·ne·me·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onaannemelijk onaannemelijker onaannemelijkst
verbogen onaannemelijke onaannemelijkere onaannemelijkste
partitief onaannemelijks onaannemelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

onaannemelijk

  1. onmogelijk de juistheid ervan te aanvaarden
    • Dat was een volstrekt onaannemelijke bewering. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.