omzichtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·zich·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van om en zicht met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen omzichtig omzichtiger omzichtigst
verbogen omzichtige omzichtigere omzichtigste
partitief omzichtigs omzichtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

omzichtig

  1. met grote zorgvuldigheid, nauwkeurig omziend om fouten te vermijden
    Het afwegen van kleine hoeveelheden stof vergt een omzichtige benadering.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijwoord

omzichtig

  1. op omzichtige wijze
    Hij zette omzichtig het gerepareerde toestel weer in elkaar.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl