omzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omzetten
zette om
omgezet
zwak -t volledig
Woordafbreking
  • om·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

omzetten [1]

  1. (overgankelijk): van plaats doen verwisselen
  2. (overgankelijk): (m.b.t. geld) verwisselen met een andere geldwaarde
  3. (overgankelijk): veranderen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omzetten
omzette
omzet
zwak -t volledig

Werkwoord

omzetten [2]

  1. (overgankelijk): om iets of iemand heenzetten
    De baret van de hoofdgriffier is aan de onderrand met een boordsel van zwart fluweel omzet.

Zelfstandig naamwoord

omzetten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord omzet
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal