omvangen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·van·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van omvangen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omvangen
omving
omvangen
klasse 7 volledig

Werkwoord

omvangen [1]

  1. omvatten

Zelfstandig naamwoord

omvangen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord omvang

Werkwoord

vervoeging van: omvangen…
geen verbogen vorm

omvangen

  1. voltooid deelwoord van omvangen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen