omstaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·staan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

omstaan [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omstaan
stond om
omgestaan
klasse 6 volledig
  1. met meerdere personen in een kring rondom iets staan
  2. iemand omstaan leren: een onwillig persoon drillen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen