omroepbestel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·roep·be·stel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord omroepbestel omroepbestellen
verkleinwoord omroepbestelletje omroepbestelletjes

Zelfstandig naamwoord

omroepbestel o

  1. regeling en organisatie van de omroep
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.