ommekomst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·me·komst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ommekomst
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ommekomst v

  1. na verlopen van een termijn of een procedure
     Pas na de uitkomsten van dat onderzoek en na ‘ommekomst van een brede discussie’ zal het nieuwe kabinet bezien wat te doen en kan Dijkstra besluiten haar initiatiefwet alsnog in te dienen, zo staat het in het voorlopige akkoord dat is gesloten.[1]
     Aan het eind van het debat ontstond wrijving tussen Slob en Van Meenen. Van Meenen betoogde dat bij de opstelling van het regeerakkoord in het najaar van 2017 bij hem al twijfels bestonden over de ingeslagen weg met curriculum.nu. Hij wilde dat destijds niet blokkeren, maar de afspraak was volgens hem wel dat fracties na ommekomst van het advies van curriculum.nu een eigen koers mochten kiezen. En dat moment is volgens de D66’er nu.[2]

Gangbaarheid

22 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Hans van Soest “Pechtold en Segers hebben hun knopen geteld met 'voltooid leven'-deal” (15-08-2017), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron “Onenigheid in coalitie over leerdoelen” (05-03-2020), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be