omhouwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
omhouwen omhouwend
- omgehouwen


Woordafbreking
  • om·hou·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omhouwen
hieuw om
omgehouwen
klasse 7 volledig

Werkwoord

omhouwen

  1. overgankelijk met een bijl een boom vellen
    • De Franken hieuwen de heilige eik van de heidense Saksen, de Irminsul om. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders
70 % van de Vlamingen.