Naar inhoud springen

omhelsden

Uit WikiWoordenboek
  • om·hels·den
vervoeging van
omhelzen

omhelsden

  1. meervoud verleden tijd van omhelzen
    • Wij omhelsden. 
    • Jullie omhelsden. 
    • Zij omhelsden. 
    ▸ We omhelsden elkaar, zeiden elkaar voorgoed of voor een kwartier gedag, we wisten het niet.[1]
    ▸ Ze omhelsden elkaar met bonkend hart, als roffelde er een vuist aan weerskanten van een vergrendelde deur.[2]
  1. ↑
    Cheryl Strayed
    “Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021803555
  2. ↑ “De huisgenoten” (2014), Nijgh & Van Ditmar op Wikipedia, ISBN 9789038899619