omhangsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·hang·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord omhangsel omhangsels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

omhangsel m [1]

  1. iets dat men op een lichaam kan hangen: kleding of sieraad
  2. een bijkomende zaak naast de belangrijkste hoofdzaak

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.

Verwijzingen