omgekeerd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ge·keerd

Deelwoord

deelwoord
onverbogen omgekeerd
verbogen omgekeerde
vervoeging van
omkeren

omgekeerd voltooid deelwoord van omkeren

  1. vormt de voltooide tijden
    • Ik heb me omgekeerd en ben naar huis gelopen. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • Bij de volgende wedstrijd wordt de looprichting omgekeerd. 
  3. attributief gebruikt
    • Ik heb de stappen in omgekeerde volgorde uitgevoerd. 
    • Het lijkt de omgekeerde wereld. 
  4. bijwoordelijk gebruikt
    • Hij heeft hem niets aangedaan, maar omgekeerd is dat wel het geval. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.