Naar inhoud springen

omgekeerd

Uit WikiWoordenboek
  • om·ge·keerd
vervoeging van: omkeren…
verbogen vorm: omgekeerde

omgekeerd

  1. voltooid deelwoord van omkeren
  2. vormt de voltooide tijden
    • Ik heb me omgekeerd en ben naar huis gelopen. 
  3. vormt de lijdende vorm
    • Bij de volgende wedstrijd wordt de looprichting omgekeerd. 
     'Ik zeg niet dat het een absoluut recht is, natuurlijk zal anonimiteit soms moeten wijken voor de rechten van het kind, bijvoorbeeld bij erfelijke ziektes, maar dat geldt omgekeerd ook voor het recht om te weten van wie men afstamt.[1]
     Was mijn moeder in een baan rond Connies zon gaan draaien, of was het omgekeerd geweest? Wie was als eerste voor de bijl gegaan? En was ik ook zo'n jonge vrouw? Ik was hier niet om romantische redenen, maar ik wilde wel de lagen van Connies leven afpellen in de hoop dat ik daaronder mijn moeder zou vinden.[2]
  4. attributief gebruikt
    • Ik heb de stappen in omgekeerde volgorde uitgevoerd. 
    • Het lijkt de omgekeerde wereld. 
  5. bijwoordelijk gebruikt
    • Hij heeft hem niets aangedaan, maar omgekeerd is dat wel het geval. 
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen omgekeerdomgekeerderomgekeerdst
verbogen omgekeerdeomgekeerdereomgekeerdste
partitief omgekeerdsomgekeerders-

omgekeerd [3] [4]

  1. in een halve slag (180°) gedraaide positie: met de onderkant naar boven of met de achterkant naar voren
  2. in tegengestelde richting
  • Omgekeerd ( of veranderd) als een blad
  • Als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd
  • Het blaadje is (om)gekeerd ( of omgeslagen)
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]