omgebouwd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kerkzaal omgebouwd tot multifunctionele ruimte
Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ge·bouwd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
ombouwen

omgebouwd

  1. voltooid deelwoord van ombouwen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen omgebouwd
verbogen omgebouwde omgebouwdere
partitief omgebouwds - -

Bijvoeglijk naamwoord

omgebouwd

  1. van een gebouw dat het zodanig is verbouwd dat het een andere functie heeft
    • Deze kerk is omgebouwd tot bibliotheek 
    • „Hoevelaken wordt nu omgebouwd zodat de grote verkeersstromen meer capaciteit krijgen. De boogstralen worden groter, waardoor het verkeer sneller kan rijden, en er komen meer rijstroken. Er gaan drie krullen uit. Bij het ontwerp was een van de problemen de beperkte ruimte: knooppunt Hoevelaken ligt in bebouwd terrein. Als je meer ruimte wil, moet je grond kopen en huizen kopen, dat is duur. Bovendien: er is een aansluiting met het dorpje Hoevelaken en dat maakt de situatie extra gecompliceerd. De krullen worden straks semi-directe verbindingen: je hoeft niet meer 270 graden rond om van richting te veranderen, maar gaat geleidelijk over grotere boogstralen. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Carlijn Vis 30 september 2016