omgaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omgaan
ging om
omgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

omgaan [2]

  1. (ergatief) om iets heen gaan
    U moet hier naar rechts en dan de kerk omgaan.
  2. (ergatief) verstrijken van de tijd
    De dag zal omgaan.
  3. (ergatief) omgang hebben met
    Ik ga met die leuke meid om.
Uitdrukkingen en gezegden
  • een straatje omgaan
een korte wandeling maken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omgaan
omging
omgaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

omgaan

  1. (verouderd) (ergatief) om iemand of iets heen gaan [3]
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van omgaan: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
omgaan

omgaan

  1. voltooid deelwoord van omgaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal