omfloerst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·floerst
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van omfloersen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen omfloerst omfloerster (omfloerstst) *
verbogen omfloerste omfloerstere (omfloerstste) *
partitief omfloersts omfloersters -

Bijvoeglijk naamwoord

omfloerst

  1. met een dunne laag bedekt
  2. (figuurlijk) bedekt, zonder duidelijkheid
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest omfloerst(e)" worden gebruikt.[1][2]
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
omfloersen

omfloerst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omfloersen
    • Jij omfloerst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omfloersen
    • Hij omfloerst. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van omfloersen
    • Omfloerst! 
  4. voltooid deelwoord van omfloersen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Verwijzingen