ome

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ome
enkelvoud meervoud
naamwoord ome omes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ome m

  1. (familie) oom
    • Vandaag was ome Jan niet thuis. 
  2. hoge pief

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


klassiek Nahuatl

Hoofdtelwoord

ome

  1. twee