olijfhout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

blokjes olijfhout
Uitspraak
Woordafbreking
  • olijf·hout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord olijfhout
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

olijfhout o [1]

  1. houd van de olijfboom
    • Daar ontwerpen ze de collecties die bestaan uit zowel klassieke als sportieve exemplaren. „Onze modellen zijn eigenzinnig, maar wel toegankelijk”, vat Johnny samen. „We gebruiken verschillende soorten hout zoals walnoot en olijfhout en uiteenlopende materialen voor de wijzerplaat, zoals geborsteld aluminium, natuursteen en spijkerstof.” [2] 
    • Wanneer er zo veel olijfhout gesjouwd moet worden door de ezel dat ze gewond raakt neemt Mikis een besluit. Samen met een vriendinnetje probeert hij Tsaki te verzorgen en prettige momenten te bezorgen. [3] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Telegraaf GABI OUWERKERK 13 mrt. 2018 Spaargeld op aan houten horloges
  3. Reformatorisch Dagblad Yvette Verkuyl-Wolters 23-08-2011 Mikis de ezeljongen