oligarch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oli·garch
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oligarch oligarchen
verkleinwoord oligarchje oligarchjes
  • [2.1.] Ontleend aan Russisch олигарх, als pejoratieve bijnaam voor een invloedrijke en schatrijke zakenman onder het bewind van Boris Jeltsin.

Zelfstandig naamwoord

oligarch m

  1. (historisch) (politiek) (filosofie) lid of voorstander van een oligarchie
  2. (figuurlijk) een zeer vermogend persoon
    1. (pregnant) schatrijke zakenman uit de voormalige Sovjet-Unie die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie dankzij politieke connecties grote rijkdommen vergaard heeft door de geprivatiseerde staatsbedrijven goedkoop op te kopen.
    • Verder zei Biden achter de Russische oligarchen "en corruptie leiders die miljarden hebben verdiend aan dit gewelddadige regime" aan te willen gaan. "We nemen jullie jachten, luxe appartementen en privéjets in", zei hij, waarna hij applaus kreeg van het gehele Congres. [1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. nos.nl (2 mrt 2022)
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be