offshore

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • off·shɔre
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen offshore
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

offshore

  1. niet op het vaste land
    • Hij deed offshore werk op een olieplatform. 
  2. (bedrijfskunde) uitbesteed naar een veraf gelegen land met veel lagere lonen of belastingen
    • Dit systeem is offshore ontworpen en ontwikkeld. 
Antoniemen
Opmerkingen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord offshore -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

offshore m

  1. (economie) delfstoffenwinning op zee (vooral olie en gas)
    • In de offshore zijn de werkomstandigheden vaak zwaar, maar daar staat een goede beloning tegenover. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

offshore

  1. (beweging) van de kust af
  2. (ligging) in zee
  3. (figuurlijk) in een land met lagere lonen of belastingen
Overerving en ontlening