offeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • of·fe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
offeren
offerde
geofferd
zwak -d volledig

Werkwoord

offeren

  1. wijden aan, als offer aanbieden
    Bij zijn dagelijkse bezoek aan de tempel offert de boeddhist wierook en voedsel.
  2. doden (van een dier)
  3. betalen (volkstaal)
  4. belasting betalen (volkstaal)
Vertalingen