offensief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • of·fen·sief
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanvallend’ voor het eerst aangetroffen in 1587 [1]
  • afgeleid van offensie met het achtervoegsel -ief [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord offensief offensieven
verkleinwoord offensiefje offensiefjes

Zelfstandig naamwoord

offensief o

  1. (militair) een aanvallende actie
    • Het geslaagde Italiaanse offensief, de Engelsen in Doornik, de Amerikanen in Chátillon... het was duidelijk dat ze op de goede weg zaten. [3] 
     Over deze dingen konden ze het hebben omdat iedereen het erover eens was, hier kon geen ruzie over ontstaan. Anders lag het met de offensieven van Duitsland in het westen.[4]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen offensief offensiever offensiefst
verbogen offensieve offensievere offensiefste
partitief offensiefs offensievers -

Bijvoeglijk naamwoord

offensief

  1. aanvallend
     De Deense Appels hadden de offensieve stap gemaakt naar een soort criminaliteit dat voor zover men wist niet voorkwam in Zweden.[5]
  2. beledigend
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "offensief" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. offensief op website: Etymologiebank.nl
  3. Lemaitre, Pierre Tot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 11
  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  5. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044645149
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be