oeverval

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
oeverval bij Koudekerke

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oever·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oeverval oevervallen
verkleinwoord oevervalletje oevervalletjes

Zelfstandig naamwoord

oeverval m

  1. (waterbeheer) verschijnsel waarbij door verdieping van de vooroever, in combinatie met losgepakt zand in de ondergrond, een oever inzakt en in de stroomgeul verdwijnt
     Een deel van de oever aan de kant van de Westhavendijk in Goes is ingezakt. De schade van die zogeheten oeverval is aanzienlijk en moet zo snel mogelijk worden hersteld om erger te voorkomen.[2]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 22-12-2021 Weblink bron Flinke schade door oeverval (24 oktober 2015) in: Provinciale Zeeuwse Courant op Wikipedia, blz. 36 kol. 5