oervolk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer·volk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oervolk oervolken
verkleinwoord oervolkje oervolkjes

Zelfstandig naamwoord

oervolk o

  1. de oude, oorspronkelijke bevolking
    • Het ingedeelde land van Zuid-Afrika schuift weg en maakt plaats voor wildernis. De hittegolven boven de Kalahari doen het vliegtuigje schudden. We landen in Upington. Vanaf dit lome stadje strekt zich een lange en lege autosnelweg de woestijn in. Over een asfaltloper naar het oervolk de San. [1] 
    • Werner laat punt voor punt zien hoe de Germanen zoals ze in deze tekst worden voorgesteld, waarschijnlijk nog het best kunnen worden beschouwd als een Romeinse uitvinding. Deels kan Tacitus zelfs de bedoeling hebben gehad de decadente Romeinen uit het fin de siècle van 100 na Chr. de spiegel voor te houden van een barbaars oervolk dat nog in een soort natuurstaat leefde. [2] 
    • Verder stelden zij vast dat de meeste Indiase bevolkingsgroepen een vermenging zijn van twee oervolken, die de onderzoekers Voorouderlijke Noord-Indiërs (ANI) en Voorouderlijke Zuid-Indiërs (ASI) noemen. [3] 
97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Koert Lindijer 1 juli 2000 Pretpark van primitieven
  2. NRC N.C.F. van Sas 3 mei 2002 Het spook is overal
  3. NRC Dirk Vlasblom 26 september 2009 Indiërs zijn genetisch veel diverser dan alle Europeanen samen