oersterk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer·sterk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen oersterk
verbogen oersterke
partitief oersterks

Bijvoeglijk naamwoord

oersterk [1]

  1. heel erg sterk
    • De kenmerken van het lichaam van Kuijt zijn vaak geprezen; oersterk, longen als een paard en hij blijft rennen en sleuren. „Dat klopt allemaal”, zegt Echteld. Maar Kuijt is meer dan dat – in tegenstelling tot het beeld wat van hem bestaat. „Hij is geen Robben of Van Persie die in de sprint bepaalde acties maken. Dirk zijn handelingssnelheid oogt misschien trager, maar het is niet zo dat je te maken hebt met een duursporter. Dat is een misvatting, zijn spiervezels zijn in staat om snel te handelen.” [2] 
     De band van de Nederlandse bevolking met het koningshuis is oersterk. Dat bracht drs. Ank Bijleveld-Schouten, Commissaris van de Koning in Overijssel, dinsdagavond naar voren bij een tafelspeech op Landgoed Warmelo in Diepenheim.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Steven Verseput 29 juli 2016
  3. Bronlink Weblink bron “'Band met Koningshuis is oersterk'” (21-05-2013), Tubantia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be