oerstaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer·staat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oerstaat oerstaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oerstaat m

  1. de oorspronkelijke, onbedorven vorm
    • Sommige verlichte en romantische pedagogen zagen in het onbedorven kind zelfs de oerstaat van de gelukkige mens. „Het kind is de vader van de mens”, schreef een Duitse pedagoog. [1] 
    • “De baard staat voor de man in zijn oerstaat: de Jager. Het haar op de kin is de vrijheidsvlag van de oerman, die zich verbonden voelt met zijn voorvaderen. Zie ook baardige apen als de brazzameerkat, de baardaap (macaca silenus) en de orang-oetan. Scheren is tegennatuurlijk.” [2] 

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Dr. John Exalto 21-06-2006 Neutrale opvoeding bestaat niet
  2. NRC Laura Klompenhouwer 31 maart 2014 De cultus van de baard - de haters, de dragers en de BILFs