oerangst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer·angst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oerangst oerangsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oerangst m

  1. een hele heftige, aangeboren angst
    • Student Bastian (20), die vooral is meegegaan vanwege zijn verliefdheid op een vrouwelijke medespeler, is terecht nogal sceptisch. Lange tijd werkt dat goed: wie gelooft anno 2013 nog in spoken? Maar gaandeweg, wanneer de groepsdruk toeneemt en de bijgelovigen zich tegen Bastian keren, verzuimt Poznanski te appelleren aan onze oerangst en wat er kan gebeuren als die je plotseling overmeestert. [1] 
    • Hans van der Lugt was van 1995 tot 2006 correspondent voor de krant in Japan. Hij schetst de Japanse oerangst, maar ook hoe oudjes zelfs de ondergang relativeren. „Een aardbeving komt en... gaat.” [2] 
    • Met pijn in je voet beseffen dat je verdwaald bent, wekte bij mij een potje oerangst op. [3] 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Mirjam Noorduijn 22 maart 2013 Rollenspel in een eng woud
  2. NRC Hans van der Lugt 14 maart 2011 Fatalisme hoort bij Japans levensgevoel
  3. NRC 23 november 2013 VERDWAALDE LEZERS