ochtendzonnetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • och·tend·zon·ne·tje

Zelfstandig naamwoord

ochtendzonnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ochtendzon