obsessief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ob·ses·sief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen obsessief obsessiever obsessiefst
verbogen obsessieve obsessievere obsessiefste
partitief obsessiefs obsessievers -

Bijvoeglijk naamwoord

obsessief

  1. zeer geconcentreerd, dwangmatig, perfectionistisch
    • Spottend neemt het gezelschap plenair de gezondheidsgekte van Californië door - altijd weer slaaa!, de voor David te luide kutmuziek die uit de boxen komt, de geldgeilheid in de commerciële kunstwereld, om toch weer euforisch te landen bij de obsessieve aandrang van die westkust-piepeltjes om een coach in te huren om gezond te leven. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen