objectie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ob·jec·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord objectie objecties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

objectie v

  1. (verouderd) tegenwerping, bezwaar
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be