obair

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Schots-Gaelisch

Uitspraak
  • 'opərʲ
Enkelvoud Meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief obair an obair obraichean  
genitief obrach

Zelfstandig naamwoord

obair v

  1. werk, baan, beroep
    «Dè an obair a th'agad?»
    Wat voor werk doe je?
  2. activiteit, taak