nuntius

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nun·ti·us
enkelvoud meervoud
naamwoord nuntius nuntiussen
verkleinwoord nuntiusje nuntiusjes

Zelfstandig naamwoord

nuntius m

  1. (religie) de pauselijke vertegenwoordiger
Vertalingen

Meer informatie


Latijn

Bijvoeglijk naamwoord

nūntius m

  1. berichtbrengend, verkondigend

Zelfstandig naamwoord

nūntius m

  1. bode
  2. bericht, boodschap
Verbuiging