nuf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nuf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nuf nuffen
verkleinwoord nufje nufjes

Zelfstandig naamwoord

nuf v

  1. een akelig maar wel heel net meisje [2]
    • Het nufje met de gelakte nageltjes en het hoge stemmetje deed alsof ze een prinsesje was. 
Synoniemen
  1. tut, trut
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders
30 % van de Vlamingen.

Verwijzingen