nucleofiel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nu·cleo·fiel
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen nucleofiel
verbogen nucleofiele

Bijvoeglijk naamwoord

nucleofiel

  1. (scheikunde) negatief geladen en daardoor geneigd om met het vrije elektronenpaar een reactie aan te gaan met een molecuul of gedeelte daarvan dat een positieve lading heeft
    • De koppeling met glutathion komt tot stand door reactie van de elektrofiele groep van het substraat met de thiolgroep van het cysteïneresidu die uitgesproken nucleofiel is (deelt graag een elektronenpaar). [2]
Antoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord nucleofiel nucleofielen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nucleofiel o

  1. (scheikunde) negatief geladen (deel van) molecuul dat geneigd is om met het vrije elektronenpaar een reactie aan te gaan met een molecuul of gedeelte daarvan dat een positieve lading heeft
    • De additie van het nucleofiel aan het koolstofatoom waaraan het chlooratoom is gehecht (het C4-atoom), speelt een rol bij de vorming van de 4-aminoverbinding (…). [3]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen